De perceptie van het paard
Paardgericht bezig zijn
De
perceptie van het paard is cruciaal voor het paardgericht bezig zijn: het
paard bepaalt.
Dit is een heel belangrijk punt om lang genoeg bij stil te staan om het écht
door te hebben. Jij moet begrijpen hoe en wat jouw paard begrijpt voordat jij
jouw paard kan laten willen wat jij wilt. Jíj bent degene met de hersencapaciteit
dus de perceptie van het paard dicteert hoe jij je tactiek aanpast, hoe jij
je paard manipuleert. Ja, manipuleert, want uiteindelijk ben je bezig het paard
te 'sturen' in wat jij wilt.
Rijpaarden houden
Paardgericht rijden begint
niet
in het zadel maar bij
paardgericht paarden houden. Er is inmiddels
veel informatie over de ethologie van het paard beschikbaar, zowel in papieren
publicaties als via het internet. Een paar publicaties staan vermeld in
de literatuuropgave.
Kijk op deze bladzijde voor wat basisinformatie over
het houden van rijpaarden.
Beleren en rijden
Met betrekking tot het beleren en rijden zijn er verbazend oude en volledig
binnen de recente kennis passende recepten voor paardgerichte psychologie.
Rarey: halverwege de 19de eeuw (1857) vatte John S. Rarey, de
originele 'paardenfluisteraar',
het erg goed samen in zijn drie uitgangspunten:
1. het paard begríjpt wat de bedoeling is
2. het paard is zich niet bewust van jouw lichamelijke zwakte
3. het paard kán wat we vragen
Hiermee heeft Rarey in een omgeving van paardendwingers zelfstandig bedacht wat hét paardenvolk uit de geschiedenis, de Mittani, door generaties met paarden samenleven begrepen hadden.
Kikkuli: uit
1345 voor Christus, maar liefst 33 eeuwen geleden dus, is een set kleitabletten
tot ons gekomen met daarop in spijkerschrift een briljant
trainingsrecept. Paardenmeester Kikkuli,
zelf een Mittani,
was in dienst van de Hittieten en legt met die tekst een handvest voor hen
neer.
Het 'recept' op zich is voor de specialisten beslist de moeite waard en ik
heb verschillende van onze paarden het hele programma laten doorlopen, doch
in
dit verband is alleen de filosofie die eraan ten grondslag ligt van belang.
Kikkuli laat één ding telkens het zwaarste wegen: het voorkomen
van stress. Zijn methode is een onvoorspelbaar knap koorddansen. Hij stoomt
de paarden met een minimum aan investering klaar tot een maximum aan fitheid
voor de inzet in oorlog door geestelijke en lichamelijke stress te onderscheiden
en te voorkomen dat er in het trainingsproces overbelasting ontstaat.
Hij zorgt er voor dat het paard begrijpt, fysiek in staat is en zo met zelfvertrouwen
werkt. Daartoe biedt hij telkens één nieuw element aan en bouwt
ook per sessie maar één element uit. Daarbinnen eerst onbelast
en daarna pas belast (met een ruiter).
Rarey en Kikkuli samenvattend wordt het basis-recept dan;
- leer het paard eerst wat de bedoeling is; wacht op de de 'aha'-erlebnis
- vraag alleen wat het paard lichamelijk kán
- zorg dat het de moeite waard is; dat het succesvol uitvoeren een beloning
inhoudt
In een ander
hoofdstuk kun je lezen dat de ruiter op de rug in principe en
zeker in het begin een stressfactor is; zowel lichamelijk als geestelijk.
Vertaald naar de praktijk:
- alles wat je onder het zadel wilt dien je eerst vanaf de grond aan te leren
en te bevestigen.
- leer één ding per keer aan.
- elke vólgende trede in het leerproces begint lager dan waar
de vorige ophield.
Daarbij
blijkt een paard in cycli te leren. Iedereen kent 'de 3de dag' (voor wie
toch niet: dat is het moment waarop het paard een nieuw geleerd element
gaat uitproberen en dat is vaak de derde dag dat het aangeboden wordt).
Die
'3de dag' kan bij jouw paard ook de 4de of 5de of geen dag zijn. Dit fenomeen
heeft alles met druk en zelfvertrouwen te maken. Het hangt van jouw individuele
paard af hoe je daarmee omgaat en het makkelijkste is het eenvoudigweg vermijden.
Aan de ene kant haalt een paard veel steun want zekerheid uit routine en aan
de andere kant is dat in het geheel niet motiverend want het is doodsaai. Met
wat een paard als beloning ervaart is het niet anders; of dat nu voedsel, een
knuffel,
het spel, de inspanning zelf, het avontuur of wat ook is; het paard bepaalt
wat de moeite waard is.
Hoe lang een trainingsfase is, wordt daarom bepaald door hoe jouw paard in
elkaar zit, wát je aan het leren/trainen bent en hoe goed jíj
bent.
Na elke werkperiode heeft een paard even tijd nodig voor het geestelijk verwerken
en het lichamelijk aanpassen/herstellen. Een paard leert pas echt op de weide.
De opbouw van het leerproces, het trainen, kan je grafisch als een zaagtandgafiek voorstellen. Het proces op zich beweegt zich omhoog doch elke volgende trede begint lager dan de vorige met telkens een kortere of langere leer-/verwerkpauze.
Kikkuli werkte
33 eeuwen geleden met één type paard uit één
regio, gedomesticeerd uit één regionaal wild paard. Wij werken
met een enorme variëteit aan rassen en mengvormen ooit gebouwd op twee
tot drie dozijn verschillende wilde paardensoorten.
Hierbíj komen dan nog de uiteenlopende individuele eigenschappen die
bijvoorbeeld bepalen of een paard een leidmerrie of haremhengst zou zijn of
juist niet.
Tezamen maken deze dat niet elk paard geestelijk of lichamelijk voor dezelfde
taak geschikt is en ook dat niet elk paard op dezelfde manier reageert.
Wél blijft
dat elk paard gewoon een paard is en volgens het evolutionair vastgelegde
programma
ontworpen
is.
De strategie ligt vast doch de tactiek kan verschillen. Het is daarom van
belang dat de ruíter beschikt over een 'gereedschapskist' vol verschillende
maar wel paardgerichte stukken 'gereedschap' om problemen mee op te lossen,
en over een brede kennis.
Binnen het kader van deze site wil ik die 'gereedschapskist' nader omschrijven
als veel creatieve mogelijkheden om het paard met de 'open-deur' te beleren
en het individuele paard te belonen, zodat het uiteindelijk zelf wíl wat
de
ruiter
wil.