Randvoorwaarden en hulpmiddelen
Bij het werken met paarden zijn er verschillende randvoorwaarden:
Een paard is een
groot beest. Weegt zomaar 500 kilo. Ook onbedoeld in een schrikbeweging
blijft 500 kilo een
halve tón als het op je voet of erger
gaat staan.
Een paard is te groot en te sterk om zonder gezond respect te behandelen.
Angst is een slechte raadgever, maar je moet wel altijd proberen
de dingen inherent
veilig te doen.
Inherent veilig is dat wat als het fout gaat toch niet verkeerd
af kan lopen. Een voorbeeld is het onder de buik door aanpakken van de singel:
dat doe je met je gezicht naar de staart, met de arm die aan de paardzijde
is. Mócht het paard zich verstappen of een hoef optillen, dan duwt
het jou of jouw arm opzij in plaats van bij jouw lichaam of gezicht in de
buurt
te komen.
Zelfs wanneer je oplet en je verstand gebruikt, dan nóg kunnen er onvoorziene dingen gebeuren. Paardrijden is statistisch gezien een risicosport. Hoewel wettelijk geen beschermende kleding verplicht is, is dit natuurlijk wel een goed idee en helemaal jouw eigen verantwoordelijkheid.
Paarden zijn niet gevaarlijk, maar wel grote en levende wezens met een eigen overlevingsdrang.
Bij het 'Paardrijden volgens HC' zijn er nog wat meer voorwaarden.
Paarden zijn lichaamstaal-lezers van 'beroep'; die zien dus van een afstand hoe jij in je vel zit. Ben je erg moe, heb je een rotdag gehad, zit je niet lekker in je vel of ben je er gewoon niet helemaal bij; allemaal redenen om níet met jouw paard aan het werk te gaan. Rijden is geen verplichting, en het heeft alleen zin als het win-win is.
Om lichaamstaal te kunnen spreken, om onafhankelijk te kunnen zitten, om synchroon
met jouw paard te kunnen bewegen, moet je voldoende lenig en fit zijn. Wat
heeft het voor zin om jouw paard te gymnastiseren als je zelf diens soepele
bewegingen als een stijve hark tegen gaat zitten werken.
Als je van 2 uur buitenrijden na 1½ moé bent, ben je niet fit
genoeg voor zo'n rit: zie vorige punt.
Als je de pech hebt van nature niet atletisch of handig te zijn, dan zal je
dat meer inzet kosten; het blijven randvoorwaarden.
Om bijvoorbeeld op basis van fijne signalen met jouw paard te kunnen communiceren
moet je wel de fijne motoriek daarvoor hebben of ontwikkelen.
Een voorbeeld
is het op- en afstappen. Het komt míj
volkomen logisch voor dat je eerst de remmen van je fiets probeert vóór
je een helling afrijdt.
Met paardrijden zie ik dat niet anders; ik vind dat ik er altijd en overal
veilig en vlot zonder hulp áf moet kunnen komen en wel van beíde
kanten.
Daarna komt het opstappen pas in beeld. Ook dat moet ik altijd en overal, veilig
en zonder hulp zelfstandig kunnen, wederom van beide kanten. Dat ik soms besluit
om waar mogelijk van een verhoging gebruik te maken om te proberen de ruggengraat
van het paard te ontlasten staat hier los van; ik moet het wel kúnnen.
Ik heb zelf de pech door aanleg en vorige avonturen een erg mottig onderstel
te hebben en heb enóm veel moeten trainen, zelfs hulp van de fysiotherapeut
nodig gehad, voor ik mezelf een fiat kon geven.
Geestelijk geldt helemaal
het zelfde. Gespannen of boos heb je niets bij een paard in de buurt te zoeken.
Angst
en paardrijden gaan niet samen en drifbuien
idem ditto. 'Zzzénnnnn', is wat je nodig hebt. Van het begrip
'innerlijke rust' word ik een beetje iebel, maar het klopt wel.
Voor mezelf is wat er op de Rittersite 'Zen and horseriding' staat essentieële
kost. Als je van jezelf al in rust en evenwicht bent heb je een voordeel.
Net als bij de lichamelijke mogelijkheden is er bij de geestelijke ook een eigenschap waar je over moet beschikken of waar je aan moet schaven; invoelingsvermogen. Zonder gaat het niet.
'Fitheid' van lijf en geest gaan samen en zijn randvoorwaarden.
De hulpmiddelen die ik zelf gebruik zijn eenvoudig.
Bij bijna alles maak ik gebuik
van een leidstok; letterlijk een lange vinger (zie afbeelding
op het eerste blad). Uiteraard niet
om te slaan, maar voor vingerwijzingen tot maximaal 'touch the
skin'.
Ik kan er makkelijk mee aanwijzen, mijn paard mee aanraken, een imaginaire
deur mee open of dicht doen.
Ik heb ze zelf gemaakt van golfstokken die bij het afval langs de weg stonden.
Fijn in balans, 90 cm. lang, licht van gewicht (120 gram) en toch voldoende
stijf.
Bij het grondwerk, wat ik
hoofdzakelijk buiten in de campo uitvoer, heb ik niet meer dan een halsring
of een goed aansluitend touwhalster, een
3-4 meter lang leidtouw en mijn leidstok mee.
Als een erg prettig alternatief voor sommige paarden ervaar ik een wat korter
leidtouw met niet-schuivende lus om de hals. Dit is ook een prettige tussenstap
om het paard aan de voorbereidingen van een halsring te laten wennen.
Onder het zadel ook weer de leidstok in de ene hand en de teugels van een
bitlessbridle of de halsring in de andere, of niets ;-)
We hebben het Bitlessbridle in verschillende uitvoeringen van zelfgemaakt tot
biothane; ze werken allemaal doch ik prefereer soepel leer.
De halsring kun je van leer of sisal-touw maken, of gewoon een TTeam-ring kopen.
Ik heb of de afbeelding het sisal met handvattape voor een tennisracket omwonden.
![]() |
|
|
PLAATJES: Links een halsring en rechts een Bitless Vaquera Bridle, mennen en boomslepen met een Bittless Bridle.
Aan alles wat
ik op deze site vertel en laat zien is veel tijd vooraf gegaan. Héél
veel tijd. Geen honderden maar duizenden uren kwaliteitstijd. Die tijd
is essentieel.
Heb je geen tijd; lees dan liever een mooi boek over paardrijden in plaats
van het zelf te gaan doen. In jouw eigen belang en vooral in dat van jouw paard.
Het belangrijkste hulpmiddel is kwaliteitstijd.
Tot slot: stap voor stap.
Niet alleen één nieuw ding per keer,
maar ook niet verder gaan voor het erin zit en dan eerst rust. Als je te snel
wilt wordt het een omgekeerde Johannes-processie: een stap vooruit, twéé achteruit...
Over hulpen en natuurkunde
Door op een paard te gaan ziten belasten we het paard knap zwaar en we richten
daarmee schade aan in het paardenlijf.
Wanneer we de egoistische beslissing genomen hebben dat we dit gaan doen, dan
hebben we de ehtische plicht dit op een biomechanisch verantwoorde manier te
doen zodat een paard minimale schade ondervindt door onze belasting.
We moeten correct leren zitten en bewegen, het paard moet leren bewegen onder
ons gewicht en geen geestelijke stress krijgen door het berijden.
Daartoe moet de ruiter zelf leren rijden en leren beleren.
Het paard moet door de ruiter gedresseerd worden en lichamelijk getraind: het
paard moet kunnen en begrijpen wat we vragen.
Dressuur is de kunst van het dresseren. Dresseren is het aanleren van bepaald
gedrag op een bepaald signaal.
‘
Hulpen’ is paardrij-jargon voor het geven van signalen. Omdat het een
paard niet helpt in de betekenis van het woord zoals dit in het woordenboek
staat, gebruik ik ‘signaal’.
Binnen mijn manier van rijden bestaan signalen uit verschillende tekens en
manieren om die te geven. De specifieke combinatie geeft het paard een signaal
wat om een bepaald gedrag vraagt.
Zo is de combinatie van bekken kantelen en kuiten iets aanleggen een ‘halve
ophouding’ welke een signaal ter attentie is. In combinatie met een begrenzend
teken aan de voorzijde wordt het een signaal om een gang te minderen.
Het is cruciaal dat de signalen welke een paard krijgt eenduidig en ondubbelzinnig
zijn: helder zijn. Iets van een paard vragen zonder dat het begrijpt wat geeft
stress bij het paard.
Mijn systeem van signalen maakt gebruik van stem, lichaam en lichaamsdelen
(van aanraking tot verplaatsen van het zwaartepunt), halsring en leidstok gecombineerd
met ‘focus’, gerichte concentratie.
De sytematiek berust op een aantal basisafspraken met het paard:
1. is ‘wijken voor druk’. Dit tussen aanhalingstekens omdat het
paard niets ONTwijkt doch NAAR de tegenovergestelde richting beweegt: weerstandsloos
naar de beloning, niet weg van druk.
Even ter verduidelijking uit het verband getrokken en van andere tekens ontdaan:
kuit links achter de singel aandrukken in combinatie met rechterkuit voor de
singel = achterhand naar rechts en voorkant naar links = draai om de as.
2. is dat het gevraagde gedrag geldt (in principe) zo lang er geen ander signaal
gegeven wordt: als ik draf gevraagd heb wil ik draf tot ik wat anders vraag;
als ik achteruit vraag wil ik achteruit tot ik stop vraag.
3. en de laatste basisafspraak is dat meer intensiteit meer van het gedrag
vraagt: zo veel als nodig, zo weinig mogelijk.
Het is de crux
is om de verschillende elementen van een signaal ZO te combineren dat ze
dezelfde ‘richting’ hebben.
Een paard aansporen en met het bit tegenhouden zijn tegenstrijdig, dat is wel
helder. Het is echter VEEL fundamenteler!
Hier komen we bij natuurkunde.
Actie = -reactie.
Elke kracht leidt tot een gelijke kracht in tegengestelde richting.
Dit kan je het beste begrijpen in een klein roeibootje met een touw aan de
steven: ga in dat bootje zitten en trek aan het touw: je drijft met boot en
al naar de kant.
Jij trekt naar ACHTEREN aan het touw, dat zit vast aan de wal en je zitvlak
brengt de reactiekracht over op de boot waardoor deze naar VOREN geduwd wordt.
Ga met je gezicht naar de steven in het bootje staan en steek je arm ver uit:
als je niet met je lichaam in de tegenovergestelde richting helt sla je met
bootje en al om.
EXACT hetzelfde gebeurt in het zadel: trek aan de teugel en je duwt het zadel
naar voren. DIT ZIJN TWEE TEGENGESTELDE TEKENS VOOR HET PAARD!!!!!
Trek aan de rechter teugel en je moet met je lijf een kracht naar links uitoefenen
om in het zadel te blijven; DIT ZIJN…… inderdaad, twee tegenstelde
krachten = twee tegengestelde tekens voor het paard.
Het paard voelt niet wat jij bedoelt maar alleen de uitwerking van wat jij
doet; de resulterende krachten op diens lijf.
Het zal helder zijn dat de ruiter een heel goed begrip van het systeem van
signalen moet hebben en deze eenduidig moet kunnen combineren vanuit een onafhankelijke
zit.
Onafhankelijke zit
Een onafhankelijke zit is een evenwicht waarbij de ruiter diens zwaartepunt
boven diens zitcentrum in het zadel houdt zonder aan/tegen het paard te trekken/duwen.
Een onafhankelijke zit is dus het van het paard onafhankelijk balanceren van
het lijf boven de zit.
Om deze balans te kunnen bewaren is het coherent geven van lichamelijke tekens
complex: een kracht met de rechterkuit vraagt compensatie door meer gewicht
op het linker zitbeen.
Het lastige is niet het evenwicht te bewaren maar om de compenserende krachten
voor het paard coherent te laten zijn binnen een signaal.
Een goed voorbeeld
is het ‘stellen’ van
een paard, het van neus tot staartwortel evenredig te laten buigen parallel
aan een gereden cirkelomtrek.
Rechtsom: mijn linkerhand hou ik boven de manenkam en ik draai de halsring
met de wijzers van de klok mee.
1. Hierdoor draai ik mijn schouders iets rechtsom.
2. De halsring raakt rechts de halsaanzet en links de nek hoog.
Mijn rechterbeen ligt op de neutrale plek en mijn linkerbeen ligt achter de
singel.
1. Hierdoor draai ik mijn heup iets linksom.
2. Mijn stabiel gehouden NIET drukkende benen geven een virtuele begrenzing
aan van de binnen- en buitenzijde van de beweging.
Mijn schouders zijn parallel aan de schouders van het paard, mijn heupen parallel
aan de heupen van het paard: de spirale zit!
Mijn benen drukken me niet uit mijn evenwicht en mijn armen evenmin.
Het paard voelt alleen coherente krachten/aanrakingen en zo een helder coherent
samengesteld signaal.
Wat betreft de gang en het tempo zijn de afspraken ook helder: ik heb vooraf
de gewenste gang aangegeven en die wordt aangehouden tot ik wat anders vraag.
Het tempo geef ik aan door het ritme van mijn lichaamsbeweging synchroon met
die gang en het tempo dat ik wens.
‘Synchroon’ brengt
me bij het laatste punt van rijtechniek.
Stel je een dikke tak in een rivier voor: dit LIJKT gewichtsloos voort te bewegen.
In werkelijkheid houdt de rivier de tak omhoog EN duwt deze vooruit. Vooral
dit laatste is gemakkelijk over het hoofd te zien. De tak gaat langzamer
dan het water want het water moet het blok voortsturen: een blaadje dat van
de tak af valt zal heel snel voor liggen op de tak doch zelfs het blaadje
moet voortbewogen worden en gaat ook NET weer wat langzamer dan de stroom
zelf. De rivier verricht arbeid met het voorstuwen; tak en blad oefenen remmende
krachten uit op de rivier.
De ruiter is net als de tak in de rivier.
Aan het naar boven houden kunnen we niets veranderen; we wegen wat we wegen
doordat de zwaartekracht ons naar beneden trekt en de ondersteunende kracht
van het paard houdt ons omhoog.
Aan de arbeid welke het paard moet verrichten om ons als de tak in de rivier
voort te stuwen kunnen we WEL wat doen door ons lichaam synchroon met dat van
het paard te bewegen.
NIET met het paard ‘meegaan’, je niet door je danspartner laten
voortsleuren, maar synchroon samen dansen.
Uiteraard is die beweging in elke gang anders en ook is het tempo variabel.
Door zelfs het tempo iets te versnellen of te vertragen, oefen je respectievelijk
stuwende of remmede kacht uit op het paard = een teken wat in combinatie met
de corresponderende lichaamshouding deel uitmaakt van een signaal om in dezelfde
gang te versnellen of te vertragen.
Voorwerpen en associaties
Wanneer we een paard leren naar rechts te stappen, leren we dit aan door dit
gewenste gedrag te belonen en het te koppelen aan een signaal. We raken het
paard links aan en als het naar rechts stapt ervaart het een beloning.
Op de grond staande leggen we de vinger op de flank of raken de schouder aan
met een voorwerp. Onder het zadel kunnen we ons been aanleggen, of een aanraking
met een voorwerp geven.
Het paard weet dat deze aanraking links ‘naar rechts’ betekent
en associeert het positief met de beloning die het ervoor gaat krijgen.
Waar het paard mee aangeraakt wordt is irrelevant. De crux is de helderheid
van het signaal in combinatie met de positieve associatie.
Een kind wat zich nog nooit aan een kachel gebrand heeft weet niet dat deze
potentieel gevaarlijk heet is en associeert het ding alleen met aangename warmte.
Een paard wat nog nooit een mep met een zweep heeft gekregen associeert dit
voorwerp met signalen en beloning.
Een paard wat nog nooit pijnlijk gepord is met een spoor associeert dit voorwerp
met signalen en beloning.
Voor een paard is het volkomen irrelevant het mee aangeraakt wordt!! Het draait
om correct eenduidig signalen geven en het gewenste gedrag belonen.
Voorbeeld
Door het paard achter de singel met de vinger aan te raken vragen we de achterhand
opzij te bewegen.
Die aanraking kunnen we ook met de neus uitvoeren doch in de praktijk is dat
handiger met een verlenger van de vinger; een leidstok.
Onder het zadel kan dat met een teen doch omdat die aan de daarvoor verkeerde
kant van onze voet zitten leggen we de kuit aan. Dat is in vergelijking met
de vinger een enorm oppervlak dus relatief onnauwkeurig. Een kunstvinger op
de kuit zou een hele verbetering van die nauwkeurigheid zijn: zie hier de spoor.
Door onvaardige motoriek en gebrek aan kennis van positief belonen krijgen
de meeste paarden heel negatieve ervaringen met spoorgebruik. Dit ligt niet
aan die spoor maar aan onkundig gebruik.
Idem zweep, bit, touwhalster, etcetera.
Denk aan het woordt leidstok; die dient om het paard te leiden, leiding te
geven. Dat sommige mensen het woord stok associeren met slaan ligt bij de levenservaring
van die mensen. Het gaat om LEIDEN, niet lijden….
Resume
Dit is geen tot op de letter uitgeschreven handboek met betrekking
tot rijtechniek. Het is wel een uitleg van een coherente methode.
Het is een illustratie van hoe Ursa Major aan de hemel te vinden is, hoe deze
Polaris aanwijst met een uitleg van hoe je nu op de sterren kan navigeren.
Dat navigeren zal je zelf moeten doen en kan niet voor elke situatie voor je
uitgetekend worden omdat het afhangt van waar je bent en waar je heen wilt.
Zo ook biomechanisch correcte rijtechniek. De kwaliteit van de signalen is
afhankelijk van de kwaliteit van de zit, de kwaliteit van de motoriek en de
mate van BEGRIP van de ruiter; van waar die ruiter is en heen wil.