Het zadel
Het zadel is
zoals ik het zie het enige wat je écht
nodig hebt.
Ik ga hierbij uit van wat optimaal is voor het páárd. Dus
ga ik NIET in op bijvoorbeeld de eisen die het springen stelt, want de
geometrie
van het hoog springen vraagt dat het zadel op de verkeerde plaats;
veel te ver naar voren, gelegd wordt. De sportieve eisen prevaleren daarbij
boven het belang van het paard en dat is niet mijn keuze.
De twee belangrijkste redenen om een zadel essentieel te vinden zijn:

1. De ruggengraat van een paard is een horizontale kolom schijven die aan
de voorkant aan de schouderbladen hangt en aan de achterzijde via het
bekken op de heupbotten steunt.
Die kolom schijven is er niet op geconstrueerd om gewicht te dragen
en alleen de achterzijde heeft een steunpúnt.
Het is voor het minimaliseren van helaas niet volledig te voorkomen schade
aan de ruggenwervels belangrijk om het gewicht van de ruiter te verdelen
over zoveel mogelijk ríbben en daarbij het zwaartepunt meer naar
de achter- dan naar de voorzijde te leggen.
PLAATJE: Het enige vaste steunpunt is de achterhand; hoe meer het paard verzameld en hoe verder de ruiter naar achteren zit hoe gunstiger de hefbomen om het gewicht door die achterhand te laten dragen..
2. De huid en het spierweefsel die op de rug van het paard over de ribben liggen, kunnen slechts een beperkte druk hebben. Druk is officieel Pascal = Newton per meter² wat eenvoudig om te rekenen is naar kilos per cm²: het gewicht van de ruiter+zadel gedeeld door het effectief dragende oppervlak geeft een gemíddelde waarde.
De kritische waarde waarboven het weefsel snel slechter gaat functioneren en stress ontstaat, ligt bij 109 gram/cm². Let wel: niet als gemíddelde, maar als maximum.
Een groot probleem is dat het vlak waarop het zadel kan steunen niet groter is dan dat deel van de ribbenkast waarop het kan steunen. Het is daarom zaak dat het zadel daar dan én volledig gebruik van maakt én ook overal evenveel draagt en de maxima beneden die 109 gr./cm² blijven.
De zadelruimte
Alleen de ribben zijn geschikt om gewicht op af te steunen en dan wel zodanig
dat de schouders vrij kunnen blijven bewegen.
Naar het paard vertaald betekent dit in rust gemeten; vanaf zo'n 5-7
cm. achter de achterste punt van het schouderblad tot en met de laatste
rib,
dus vóór de eerste lendenwervel.
PLAATJE: Arabella met aanduiding van de zadelplek
Het draagvlak
Het draagvlak is dus beperkt en het gewicht moet er daarom zo gelijkmatig mogelijk
over verdeeld worden.
Noot: 'drukverdeling' is een begripsverwarring. Druk is kracht per oppervlak, in dit geval kg/cm² en ís dus al een verdeling... Niet meer gebruiken dus dat woord.
Om
het gewicht zo gelijkmatig mogelijk te kunnen verdelen moeten
de stijve want gewichtdragende panelen zo nauwkeurig mogelijk
het oppervlak volgen van de paardenrug waarop ze steunen.
Daarbij is het een vervelend gegeven dat een paard in beweging
ook de rug beweegt dus inherent van vorm verandert. Gelúkkig is de paardenrug
relatief érg stijf; niet te vergelijken met een hond en al helemaal
niet met een kat. Stijfheid van de rug maakt namelijk de rustige gangen
een stuk energie-effectiever en dat is een groot voordeel omdat daardoor
minder energie aan voedsel nodig is.
De rug beweegt echter wel:
Een paard dat geleerd heeft de rug goed te gebruiken, met andere woorden: de buikspieren aan te spannen, bolt in beweging de rug iets ten opzichte van de ruststand en daarin moet de pasvorm van de panelen voorzien.
Vulspul
Tussen paneel en rug is een dunne laag vulspul nodig. Aangezien
zacht geen gewicht verdeelt en dik wel isoleert is er een vrij smalle marge
in de dikte. Afhankelijk van de eigenschappen van het materiaal is
tussen de 1½ en 2½ centimeter na te streven.
Het vulspul moet dempen en veerkrachtig zijn waardoor het schokken een
beetje 'verzacht' en kleine pasvormverschillen wat gladstrijkt. Goed vulspul
is bijvoorbeeld schapenwol, vilt, fleece en open celrubber.
De overige zadeleisen zijn randvoorwaarden of luxe-eisen.
De stijl, de kleur, het zitcomfort...
Als randvoorwaarden zie ik zelf:
- dat het zadel het paard onder de gebruiksomstandigheden niet te veel
hindert
- dat het zadel zoveel mogelijk koeling toestaat
- dat het onder de gebruiksomstandigheden goed stevig en gelijkmatig blijft
liggen
De bewegingsvrijheid
De bewegingsvrijheid die nodig is hangt sterk af van hoe gymnastisch het
paard is en wat ervan gevraagd wordt.
De optimale draagruimte zoals hier aangegeven, ligt al voldoende achter
de schouder en dáárin hoeft verder niet voorzien te worden
Een zadel met smallere draagvlakken zal meer laterale beweging van
de rug toestaan dan draagvlakken die ver naar de zijkant doorlopen.
Hoe korter
je in het zadel zit hoe minder lang je op de rug steunt en hoe minder
kritisch de breedte = het dragende oppervlak.
Dit is dus een compromis dat de rijder sluit tussen gymnastische
prestatie en gezondheid. Bij trektochten is die laterale bewegingsvrijheid
gelukkig
geen belangrijk criterium en kan een maximum draagvlak aangehouden
worden.
Hierbij kunnen we zowaar een stukje raketwetenschap toepassen; de stuwkracht
van een raket wordt uitgedrukt in Newton x seconde. Dat is gemakkelijk
om te rekenen in kilos x tijd: het lastgewicht vermenigvuldigd met
de tijd onder het zadel. Hoe hoger de uitkomst hoe hoger de stuwkracht
=
belasting
op het weefsel van de rug.
Het zachte weefsel
Die stuwkracht op het zachte weefsel is iets om even bij stil te staan.
Huid en spieren onder het zadel steunen op de ribben; worden samengeperst
tussen de draagvlakken waar het ruitergewicht op rust en de ondersteunende
ribbenkast.
De bloeddruk tussen aan- en afvoerkant is niet zo hoog; hooguit zo'n 140
gram/cm². Het is duidelijk dat dit zachte weefsel vrij gemakkelijk
zoveel samengeperst kan worden dat de bloeddruk de boel niet meer kan rondpompen.
Die 'grens' van 109 gr/cm² wordt nu ook ineens logisch; dan is er
nog maar 30 gr./cm² pompverschil over. Nog meer druk op het weefsel,
dus nog minder pompdruk betekent een praktisch stoppen van de doorstroming.
Hoe hoger en/of hoe langer de druk op het weefsel is, hoe groter de verstorende
werking. Het verschil in druk tussen de aan- en afvoerkant geeft gelijk
een uitleg voor het mogelijk ontstaan van
zwellingen na het afzadelen: de haarvaten zijn door de belasting samengedrukt
en als dat te lang of te krachtig is gebeurd herstellen de kanalen met
de hoogste druk zich het eerste en pompen daarbij het weefsel op tót
ook de afvoer voldoende opengaat.
Bij het uitrekenen
van de stuwkracht kom je ook een héél
interessant feit tegen; over lange afstanden is stap níet goed.
Ik ga ervan uit dat een paard waarmee je gaat trekken fit en gezond is,
dus zonder problemen kan draven.
Of je nu stapt, draaft of galoppeert, of je nu doorzit of 'licht' rijdt,
over een uur tijd weeg je gemiddeld gewoon wat je weegt. Het enige verschil
is een kleinere of grotere grote amplitude rond het gemiddelde, maar voor
de gemiddelde samenpersende kracht op het zachte weefsel is dat irrelevant.
Reken nu maar uit:
Een ruiter van 60 kilo die 30 kilometer stapt met 5 km. per uur = 360 kilogramuur.
Een ruiter van 80 kilo die dezelfde kilometer 30 draaft met 15 km. per
uur = 160 kilogramuur.
Voor het zachte weefsel is die zwaardere maar snellere ruiter over dezelfde
afstand fórs minder belastend!
Wil je het helemaal perfect doen, dat draaf je 3 kwartier of zo, maakt
de singel los en loopt er 10 minuten naast. Dan plassen/drinken, aansingelen
en weer dravend verder. Op die manier maak je een hoog gemiddelde dus zit
je kort in het zadel en herstelt het weefsel zich onderweg ook telkens
wat.
De koeling
van een paard is kritisch want het paard heeft een vrij ongunstige verhouding
tussen oppervlak en inhoud waardoor het slecht warmte kan uitstralen.
Het paard heeft daarbij een nogal primitief zweetsysteem dat niet in staat
is het elektrolytenverlies te beperken naarmate er meer vocht verloren
wordt.
Een ander gegeven is dat de rugskeletspier erg veel interne warmte opwekt.
Bij elkaar opgeteld is het erg belangrijk verhitting zoveel mogelijk te
voorkomen. Wat het zádel betreft kunnen we daar op twee punten wat
aan doen;
- Dat het zadel zo min mogelijk paard isoleert en zoveel mogelijk koelende
ventilatie van de rug toestaat.
- Dat het vulspul het zweet van de huid áfvoert opdat het zijn koelende
werking kan doen en niet als in een wetsuit de rugspier juist warm houdt.
Op de plaats
rust.
Een zadel dat beweegt, schuift en veroorzaakt onder meer schuurplekken.
Een goede constructie van de singel houdt een goed passend zadel gemakkelijk
op de plek. Onder een goede constructie versta ik een bevestiging die aangepast
kan worden naar de singelplaats op het betreffende paard en die voor- en
achterzijde van het zadel stabiel houdt. In de praktijk is bijvoorbeeld
een zogenaamde McClellan- of V-singelophanging helemaal goed. Hoe lager
de V doorloopt hoe beter. De oplossing van een korte V en een tussenriem
naar de singel, de Y-bevestiging , is wel makkelijker vast te maken doch
geometrisch veel ongunstiger.
Ik rij zelf erg veel erg steile hellingen en dat vraagt specifieke aandacht.
Een goed passend zadel blijft echt wel liggen doch het ruitergewicht drukt
het zadel dan sterk voor- of achterwaarts en de singel zet deze kracht
over op de paardenbuik. In dit geval helpen borsttuig en staartriem een
deel van de extra kracht op te vangen en zo de singelplek minder zwaar
te belasten.
Afdalend komt daar nog bij dat het zadel per definitie op de voorzijde
steunt en juist bij afdalen wil je schoudervrijheid. De staartriem is daarom
onder die omstandigheden gewoon nodig.
De zit van
het zadel is voor mij geen randvoorwaarde, maar natuurlijk geen bijkomstigheid.
Het zitcomfórt is dat voor mij wel.
Wat ik belangrijk vind aan de zit van een zadel is dat deze een stabiele
zit met gestrekte benen toestaat en het zwaartepunt van de ruiter naar
achter legt; minimaal naar achter het midden, liefst op 2/3.
Steunen en wrongen zijn in tegenspraak met een onafhankelijke zit: dat
is namelijk afsteunen op het paard.
|
|
PLAATJE: Malibaud op CorrecTOR
Persoonlijk kies ik
voor een zadel van het type McClellan of Portuguesa. De McClellan heeft
doorgaans geen overdadig draagvlak en daar zal je dan een voorziening
voor moeten treffen.
Ik rij zelf graag op een Malibaud met zweetbladen en leg daar een CorrecTOR
in een dunne vilt'sok' onder; dit geeft een zit dicht op het paard met
alleen 4 mm. leer tussen paard en bovenbeen, legt het zwaartepunt naar
achteren en heeft de goede singelbevestiging.
Het zadel past binnen de zadelruimte van mijn korte campo-andalusiërs
en laat zoveel mogelijk oppervlak van het paard vrij
De CorrecTOR maakt het wat kleine draagvlak groter en de open bovenkant
van CorrecTOR en sok onder het brede en open ruggengraatkanaal zorgen
voor zoveel mogelijk ventilatie terwijl het vilt het zweet perfect afvoert.
Mijn lief prefereert een ander compromis. Zij zit liever op de Orthoflex Patriot. Dit zadel is ook van het type McClellan doch op flexibele panelen. Deze panelen geven de pasvorm en bewegingsvrijheid in de flexibiliteit tegen de prijs van iets minder goed verdelen van het gewicht. Zij is echter veel kleiner en weegt 30 kilo minder. De 'booties' om de draagpanelen zijn net als de CorrecTOR-met-sok aan de bovenzijde niet gesloten en geven zo veel ventilatie.
|
|
PLAATJE: Orthoflex Patriot.